100%

Management-technieken

Lesson Progress

Management-technieken

Management-technieken zijn technieken die je kan inzetten op momenten waarbij je weet dat je hond gegarandeerd in de fout ga gaan en je kan niet meer uitwijken. Komt er bv. een hond om de hoek die je niet had verwacht, een persoon uit de deur,…. Je kan soms beter jouw hond op die momenten afleiden, dan dat die de verkeerde keuze ga maken.

Probeer er wel steeds voor te zorgen dat je op zo veel mogelijk plekken gaat oefenen, waar het wel haalbaar is om de juiste keuzes te maken.

 
  1. Meenemen: Zet een beetje druk op de leiband en werk eventueel met de handcue en probeer zo voorbij de prikkel te geraken. Je kan ook ervoor kiezen om jouw hond in de andere richting terug mee te nemen, zodat je niet voorbij de prikkel moet.
  2. Vasthouden: Kan je echt niet weg of gaat jouw hond al in de fout? Probeer hem gewoon vast te houden en er eventueel voor te gaan staan.
  3. Snoep strooien: Leer je hond een ‘zoek’ aan en leidt je hond af door veel snoep op de grond te strooien tot de prikkel voorbij is.
  4. Kijk eens: Proberen ervoor te zorgen dat jouw hond de prikkel niet kan zien, door oogcontact met jou te vragen. Probeer dit enkel maar te doen, als jouw hond dit lang genoeg kan.
  5. Transportmodus: Hou iets heel lekker of leuks in je hand en probeer je hond voorbij de prikkel te lokken.
 
 

EXTRA : Zoek aanleren

Het strooien van voertjes op de grond kan een goede manier zijn om de aandacht weg te halen van een prikkel waar je hond moeite mee heeft. De ervaring leert dat dit meestal effectiever is dan wanneer je voer uit je handen geeft. Dit kan te maken hebben met dat snuffelen stress verminderend werkt voor een hond.

Ook wanneer je hond zijn hoofdje vol zit van een uitstapje/training kan je hem ook eens laten ontspannen door deze ‘zoekopdracht’ te laten uitvoeren.

STAP 1: Kies een plek uit waar je genoeg ruimte hebt en waar er relatief weinig afleiding is voor jouw hond. Creëer afstand door een voertje weg te gooien en wanneer je hond er achter aan gaat en je hond je niet ziet, strooi je in de buurt enkele andere voertjes. Op het moment dat je hond terugkeert en zijn neus naar de grond doet, zeg je ‘zoek’ of ‘snuffel’. Wanneer je hond het voer bijna op heeft, strooi je opnieuw wat voertjes erbij en zeg je ook op het moment dat hij gaat snuffelen ‘zoek’ of ‘snuffel’. Zo leert hij de juiste associatie maken met het gaan snuffelen.

STAP 2: De bedoeling is dat de hond leert dat als je vraagt om te gaan zoeken, hij de neus op de grond doet en begint te snuffelen. Zeg het woordje ‘zoek’ of ‘snuffel’ en gooi weer enkele voertjes op de grond.

STAP 3: Probeer dit in verschillende omgevingen te oefenen en met verschillende afleidingen.

Let op!

Dit signaal kan je dus gebruiken op het moment dat je hond het spannend vindt of om hem af te leiden van een prikkel. Maar let wel op dat ‘zoek’ niet de voorspeller wordt van een prikkel. Oefen het dus ook genoeg zonder dat er een afleiding is.